Wie kan me helpen? Dat is een hele duidelijke gebruikelijke vraag tussen collega’s die met elkaar samenwerken. Soms komt daar een positief antwoord op, soms niet. Maar beslist (her)ken je ook een ander type vraagsteller die dit op een andere manier doet bijvoorbeeld een iets andere toon of bijvoorbeeld passief, door te zuchten achter zijn bureau totdat je je op een bepaalde manier genoodzaakt voelt om te helpen of iets anders in je aangewakkerd wordt. Wat ook wel goed voelt. Ben jij misschien een Redder?

De Redder

Een Redder voelt zich prettig door iemand anders te redden. Dit is iets anders dan iemand helpen. Een Redder denkt, voelt en handelt voor de ander zonder te toetsen of dat ook gewenst is. Daarmee ontneemt hij de verantwoordelijkheid van de ander en maakt zich zelf onmisbaar. Redders lossen graag problemen van collega’s op en houden erg van harmonie. ‘ Kom maar laat mij het maar doen’ is een gevleugelde uitspraak van de Redder.

Het Slachtoffer

Misschien herken je je zelf in sommige situaties meer in de rol van het Slachtoffer. Het Slachtoffer doet alsof hij niets kan in de hoop dat een ander de verantwoordelijkheid oppakt. Slachtoffers klagen graag en voelen zich vaak minder dan anderen. Slachtoffers spreken graag in termen van ‘ja maar’, ‘ ik heb het nou eenmaal druk’, ‘ik kan er toch ook niets aan doen’ etc. Het zielige Slachtoffer doet vooral een appel op de Redder. Het irritante Slachtoffer doet een appel op de Aanklagersrol bij anderen.

De Aanklager

De Aanklager beleeft plezier in het anderen wijzen op fouten, zodat hij daar zelf een positief gevoel van eigenwaarde aan over houdt. Aanklagers kunnen zich richten op regels en procedures of op personen. Aanklagers vallen anderen aan en weten het altijd beter. Je hoort hun in termen van ‘aan jou heb ik ook niets’, ‘ik irriteer me enorm aan jou’ etc.

Dramadriehoek

De Redder, Slachtoffer en Aanklager vinden elkaar in de zogenaamde dramadriehoek van Karpman. De uitwisseling is een drama, het leidt tot ineffectieve communicatie, verwijdering en rot gevoelens. Er is sprake van ongelijkwaardigheid. In elke rol voelt de een zich beter of minder dan de ander. De bedoelingen van mensen die vanuit de dramadriehoek reageren kunnen heel oprecht zijn, maar zijn veelal onbewust. Er zijn alleen maar verliezers binnen de dramadriehoek, niemand neemt verantwoordelijkheid voor zijn eigen gedrag; als Aanklager en Slachtoffer wordt de schuld op een ander afgeschoven, als Redder lukt het niet om de problemen daar te laten waar ze horen.

 

Uitwisselbare rollen

Voelt de Redder zich niet gewaardeerd, dan neemt hij de rol van Slachtoffer aan of van Aanklager. ‘Nou zeg, ik wil alleen maar helpen hoor.’ Wil de Aanklager het goed maken, dan schuift hij op naar Redder of wordt zelf Slachtoffer. En als het Slachtoffer vindt dat hij niet goed geholpen is dan schiet hij in de rol van Aanklager ‘Ik dacht dat je me zou helpen, maar wat schiet ik hier nu mee op.’De rollen zijn inwisselbaar maar ook complementair, de een kan niet zonder de ander.

Hoe blijf je uit de dramadriehoek?

We vinden het vaak lastig om te zeggen wat we nodig hebben. In plaats daarvan stappen we eerder in de dramadriehoek. We doen het allemaal en het gebeurt overal. Thuis en op je werk. Het zijn ineffectieve communicatiepatronen. Daar kun je als je ervan bewust bent uitstappen, waardoor een winnaarsdriehoek ontstaat.

Je blijft uit de rol van Slachtoffer door je kwetsbaar op te stellen en je echte gevoelens te laten zien. De Aanklager neemt een andere rol door zich assertief op te stellen en zijn eigen gevoelens te uiten vanuit een ‘ik’- boodschap ‘ik voel boosheid als je dit zegt’. Dan kan hij de ander daarmee confronteren ‘ik wil niet, dat je dat doet’ en in zijn of haar waarde laten. Je bent een prettige helper en geen Redder als je helpt als erom gevraagd wordt waarbij je je eigen en andermans belangen in de gaten houdt en iemand zijn eigen verantwoordelijkheid laat.

Kortom het begint met je eigen gevoelens onderkennen en uitspreken. Dan hoeft er geen spel te worden gespeeld.